Felix
Toen ik een jaar of zeven was woonde er een jongen bij mij in de straat. Hij heette Felix. Ik speelde wel eens met hem. Hij was een beetje raar. Hij kwam iedere dag vragen of je wilde spelen. De andere kinderen uit de straat speelden niet met hem. Ze vonden hem stom. Ik denk omdat hij heel aanhankelijk was. Hij was een beetje de loser van de straat. Ik denk dat het daarom was dat ik met hem speelde.
Toen ik negen was kwam hij niet meer. Ik wist niet waarom.
Ik dacht niet meer aan hem. De andere kinderen in de straat waren er nog wel. Zijn broertje was er ook vaak bij.
Dat hij in een psychiatrische inrichting zat kwam ik pas veel later te weten.
Een paar maanden geleden zag ik hem weer. Ik was hem vergeten. Maar toen ik hem zag herkende ik hem meteen.
Tegenwoordig is hij cool. Hij is de coolste jongen die ik ooit gezien heb. Hij trekt zich niks aan van de rest van de wereld. Als hij in zijn regenboogtrui naar de winkel loopt dan danst hij bijna. Hij ziet eruit alsof niemand hem kan raken. Ik zag hem net weer. Hij fietste op een fiets met een autostuur en een tractorzadel.
Hij zag er heel gelukkig uit.
Alex says:
8 juli 2011 at 02:53